|
|
|
|
Archeologisch terrein Heraion |
|
|
Het belangrijkste heiligdom van Hera. Een eerst, beperkt onderzoek naar het heiligdom werd in 1702 verricht door Joseph Pitton de Tournefort (arts en natuurliefhebber). Diverse reizigers hebben in de loop van de 18e en 19e eeuw het heiligdom bezocht en tekeningen gemaakt van de overblijfselen van de tempel. In 1879 ontdekte Paul Girard in de noordoosthoek van de tempel de ?Hera? van Cheramyes, die zich thans in het Louvre bevindt. Opgravingen door de Archeologische Dienst werden in 1902 en 1903 ondernomen door P. Kavadias en T. Sofoulis. In 1910 begon een uitgebreid onderzoek van het heiligdom door Th. Wiegand en M. Schede voor rekening van de K?nigliche Museen van Berlijn, dat echter in 1914 wegens de Eerste Wereldoorlog moest worden onderbroken. Vanaf 1925 werden systematische opgravingen uitgevoerd door het Duitse Archeologische Instituut van Athene onder directeur E. Buschor, die in 1939 wegens het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werden gestaakt; het onderzoek werd in 1951 weer voortgezet en loopt door tot heden. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Groot altaar |
|
|
Het altaar heeft zich altijd op dezelfde plaats bevonden en had reeds in de vroegste fases beduidende afmetingen. Er zijn minimaal zeven fases te onderscheiden; de oudste fase, een klein altaar gevormd uit kiezelstenen, stamt uit de Late Bronstijd. Het altaar uit de 8e/7e eeuw v.Chr. was om onbekende vereringsredenen niet op de tempel geori?nteerd, maar was van het noordwesten naar het zuidoosten gericht. In ca. 560 v.Chr. is een nieuw altaar van monumentaal formaat gebouwd, geplaatst op de as van de gigantische tempel van Roicus en Theodorus die in dezelfde tijd werd opgericht. Op grond van de bewaard gebleven fundamenten wordt de grootte op 36,50 x 16,50 m berekend. Het altaar moet een open hof hebben gehad in de richting van de tempel, waarin het hoofdaltaar voor de offeranden stond en die aan de andere drie zijden was omgeven door een beschermende muur van 5 tot 7 meter hoog. De muur eindigde in een indrukwekkende eierlijst en was aan de binnenzijde versierd met een fries in reli?f met voorstellingen van diergevechten en sfinxen. De twee uiteinden van de muur waren rijk getooid met gebeeldhouwde kapitelen. Het altaar is in de Keizertijd (1e - 2e eeuw n.Chr.) in zijn geheel in marmer herbouwd. Uit deze fase kennen we de unieke voorbeelden van architectonische imitatie van antieke standaarden. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Tunnel van Eupalinus |
|
|
E?n van de grootste technische werken van de Oudheid is het aquaduct van de stad Samos. Het betreft een 1.036 meter lange tunnel die begint aan de noordflank van de Kastronberg en eindigt aan de zuidkant. De tunnel bevindt zich 55 meter boven de zeespiegel en 180 meter onder de top van de berg. De feitelijke tunnel heeft afmetingen van 1,80 x 1,80 m. In de tunnel, op een diepte van 2-9 m, ligt een kanaal dat water naar de stad bracht. Men onderscheidt twee fasen: a) de Archa?sche fase, met een veelhoekig systeem en een spitse top, en b) de Romeinse fase, die van boven rond is. Het was een werk van Eupalinus, zoon van Naustrofos uit Megara bij Athene. Het werk is uitgevoerd rond 550 v.Chr. onder de tirannie van Polycrates. Het is ??n van de grootste technische werken van de oudheid, waar krijgsgevangen van het eiland Lesbos tien jaar lang aan hebben gewerkt. In 1882 hebben de inwoners van Samos getracht de aquaduct weer in werking te stellen. Deze poging is echter niet gelukt; 90 jaar later heeft het Duitse Archeologische Instituut tussen 1971 en 1973 de tunnel opengelegd. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|